Dat zullen we nog wel zien, Henk.
Kantoorleven
vrijdag 26 november 2010
Even zitten
Maandag heb ik een gesprek met Henk. Ik zie hem in de verte met z'n onderdanige lach met de Baas praten. Hij heeft zijn armen over elkaar gevouwen, hem kan niets overkomen, denkt hij.
Labels:
functioneringsgesprek,
kantoor,
vergadering
vrijdag 19 november 2010
Had u al koffie gehad, mevrouw?
Hoewel onze manager Henk nu niet onmiddellijk een energieke indruk maakt, was hij vandaag verrassend voortvarend: ik kreeg een functie-omschrijving uitgereikt.
Ik heb in al die jaren zoiets nog nooit meegemaakt. Na 17 jaar aanhoudend gezeur kregen we vijf jaar geleden eindelijk een arbeidsovereenkomst, die ik onder heftig protest heb getekend, omdat je met de kleine lettertjes van het contract alle kanten opkon. Ik werd door de Baas onder druk gezet, iets dat ik hem nooit ga vergeven.
- Ik neem het je kwalijk dat je zoveel wantrouwen koestert, zei hij, alsof ik hem persoonlijk beledigd had. Dat had ik hem ook, begrijp ik, nu ik de verhoudingen beter ken.
Ons salaris is niet geweldig en als ik daar een opmerking over maak, worden de vakantiedagen uit de kast gehaald als contraprestatie. Maar als je vakantiedagen aanvraagt, moet je natuurlijk door het stof, dan laat de Firma je eerst een tijdje spartelen en dan moet je vernederd en nederig met hangend hoofd net doen of je dankbaar bent dat je überhaupt betaald weg mag. Dat ik dat verdomde spelletje meespeel, komt alleen omdat het makkelijker is de schijn op te houden, dan eens serieus en zakelijk een flinke vuist te maken. Het helpt namelijk helemaal niets. Ik heb in die jaren nog nooit, ik herhaal, nog nooit iets ten goede zien veranderen.
En laat ik nu niets van die functieomschrijving begrijpen.
Resultaatgerichte afspraken! Resultaat 1! Resultaat 2! Wegingsfactor 55 %! Verbetering van de efficiency! Welke efficiency? En hoe meet je dat dan? Met de indicator, natuurlijk: 45%!
Weet je waar dit op lijkt? Op Jacobse en Van Es met Is uw tuin al winterklaar.
- Verrijken, eh, het gazon met neutronenkorrels, en de aarde rondom aanvullen en stipuleren met bavianenprigment, beweert Jacobse.
Wat willen die jongens toch met die onbegrijpelijke termen bereiken?
- Maar luister eens, het is toch eigenlijk, een,.. soort, eh, oplichting , zegt van Es.
Doel, indicator en wegingsfactor, jezus, jezus, jezus kristus, wat een vette flauwekul.
Google maar eens en waar kom je terecht? Op de afdeling prestatiemanagement, de erfenis van de jaren 80.
Hé, Henk, bedankt, hè? En snuit je neus eens, ik zie iets zitten.
Ik heb in al die jaren zoiets nog nooit meegemaakt. Na 17 jaar aanhoudend gezeur kregen we vijf jaar geleden eindelijk een arbeidsovereenkomst, die ik onder heftig protest heb getekend, omdat je met de kleine lettertjes van het contract alle kanten opkon. Ik werd door de Baas onder druk gezet, iets dat ik hem nooit ga vergeven.
- Ik neem het je kwalijk dat je zoveel wantrouwen koestert, zei hij, alsof ik hem persoonlijk beledigd had. Dat had ik hem ook, begrijp ik, nu ik de verhoudingen beter ken.
Ons salaris is niet geweldig en als ik daar een opmerking over maak, worden de vakantiedagen uit de kast gehaald als contraprestatie. Maar als je vakantiedagen aanvraagt, moet je natuurlijk door het stof, dan laat de Firma je eerst een tijdje spartelen en dan moet je vernederd en nederig met hangend hoofd net doen of je dankbaar bent dat je überhaupt betaald weg mag. Dat ik dat verdomde spelletje meespeel, komt alleen omdat het makkelijker is de schijn op te houden, dan eens serieus en zakelijk een flinke vuist te maken. Het helpt namelijk helemaal niets. Ik heb in die jaren nog nooit, ik herhaal, nog nooit iets ten goede zien veranderen.
En laat ik nu niets van die functieomschrijving begrijpen.
Resultaatgerichte afspraken! Resultaat 1! Resultaat 2! Wegingsfactor 55 %! Verbetering van de efficiency! Welke efficiency? En hoe meet je dat dan? Met de indicator, natuurlijk: 45%!
Weet je waar dit op lijkt? Op Jacobse en Van Es met Is uw tuin al winterklaar.
- Verrijken, eh, het gazon met neutronenkorrels, en de aarde rondom aanvullen en stipuleren met bavianenprigment, beweert Jacobse.
Wat willen die jongens toch met die onbegrijpelijke termen bereiken?
- Maar luister eens, het is toch eigenlijk, een,.. soort, eh, oplichting , zegt van Es.
Doel, indicator en wegingsfactor, jezus, jezus, jezus kristus, wat een vette flauwekul.
Google maar eens en waar kom je terecht? Op de afdeling prestatiemanagement, de erfenis van de jaren 80.
Hé, Henk, bedankt, hè? En snuit je neus eens, ik zie iets zitten.
maandag 15 november 2010
Doelen
We hebben sinds vorige week een manager, ene Henk.
Hij wil graag bij iedereen in de smaak vallen en gaat, als hij aan je bureau komt praten, op z’n hurken bij je zitten, terwijl hij zich met een hand aan het puntje van het bureau in balans houdt. Ik moet me beheersen om hem niet een klein zetje te geven. Maar als hij blijft staan, word ik elke keer afgeleid door z’n reusachtige neusgaten. Wat heeft die man een grote neusgaten! En zo dichtbij.
Ik had er vandaag goed zicht op, toen hij bij mijn tafel met zijn zachte g tegen me aanpraatte en ik had geen idee waar het over ging. Hele donkere spelonken in die neus. De Grotten van Henk. En wat een enorme neus ook. Ik zag een pulkje met de ademhaling meebewegen. Ik verschoof mijn stoel een eindje.
- Dus kun je maandag?
- Wat? Hè? Ok, maandag, wat is er maandag? Neen, maandag werk ik niet.
Waar ging het over? Ik had helemaal niets gehoord.
Hij keek me aan met dooie vissenogen. Hoe is het mogelijk een gezicht te hebben dat helemaal niets uitdrukt? Die neus, die neus, wilt u koffie in uw neus? Ik probeerde iets in dat grote hondensmoel te ontdekken. Niets, niets, in die dooie ogen.
Ik lachte eens naar hem. Het gezicht veranderde niet van uitdrukking. Even later zag ik hem druk tikkend achter zijn computer zitten.
- Houston, We've Got a Problem, dacht ik.
En ja, vanmiddag kregen we het te horen: met Het Nieuwe Blokhoofd zijn de Doelen binnengewandeld. Of targets, zoals ze in het managersjargon worden genoemd.
Hij wil graag bij iedereen in de smaak vallen en gaat, als hij aan je bureau komt praten, op z’n hurken bij je zitten, terwijl hij zich met een hand aan het puntje van het bureau in balans houdt. Ik moet me beheersen om hem niet een klein zetje te geven. Maar als hij blijft staan, word ik elke keer afgeleid door z’n reusachtige neusgaten. Wat heeft die man een grote neusgaten! En zo dichtbij.
Ik had er vandaag goed zicht op, toen hij bij mijn tafel met zijn zachte g tegen me aanpraatte en ik had geen idee waar het over ging. Hele donkere spelonken in die neus. De Grotten van Henk. En wat een enorme neus ook. Ik zag een pulkje met de ademhaling meebewegen. Ik verschoof mijn stoel een eindje.
- Dus kun je maandag?
- Wat? Hè? Ok, maandag, wat is er maandag? Neen, maandag werk ik niet.
Waar ging het over? Ik had helemaal niets gehoord.
Hij keek me aan met dooie vissenogen. Hoe is het mogelijk een gezicht te hebben dat helemaal niets uitdrukt? Die neus, die neus, wilt u koffie in uw neus? Ik probeerde iets in dat grote hondensmoel te ontdekken. Niets, niets, in die dooie ogen.
Ik lachte eens naar hem. Het gezicht veranderde niet van uitdrukking. Even later zag ik hem druk tikkend achter zijn computer zitten.
- Houston, We've Got a Problem, dacht ik.
En ja, vanmiddag kregen we het te horen: met Het Nieuwe Blokhoofd zijn de Doelen binnengewandeld. Of targets, zoals ze in het managersjargon worden genoemd.
woensdag 10 november 2010
Kantoorleven
Vandaag heb ik besloten dit blog te beginnen. Ik doe dit anoniem, anders word ik ontslagen, denk ik.
Ik werk op een kantoor waar ik kantoordingen doen. Ik zit achter een computer, ik drink koffie met mijn collega's, ik fiets heen en terug en en werk daar om mijn brood te verdienen.
Als ik af en toe aan mijn collega's vraag wat ze zouden doen als ze de jackpot van de Staatsloterij zouden winnen, zeggen ze allemaal onmiddellijk: mijn ontslag nemen.
Ik weet ook wel wat ik zou doen: mijn ontslag nemen en vertrekken. Ik speel alleen niet mee met de Staatsloterij. Wel met de Postcodeloterij, maar dat is alleen omdat ik het onverdraaglijk zou vinden als mijn afgrijselijke buren wel zouden winnen.
Ik werk op een kantoor waar ik kantoordingen doen. Ik zit achter een computer, ik drink koffie met mijn collega's, ik fiets heen en terug en en werk daar om mijn brood te verdienen.
Als ik af en toe aan mijn collega's vraag wat ze zouden doen als ze de jackpot van de Staatsloterij zouden winnen, zeggen ze allemaal onmiddellijk: mijn ontslag nemen.
Ik weet ook wel wat ik zou doen: mijn ontslag nemen en vertrekken. Ik speel alleen niet mee met de Staatsloterij. Wel met de Postcodeloterij, maar dat is alleen omdat ik het onverdraaglijk zou vinden als mijn afgrijselijke buren wel zouden winnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)